Agentschap Alter
Alter Educ
Alter Echos
Alter Business News
AlteR&I
Echos du Crédit
Labiso.be
FR Duurzame economie in België
Actualiteit van 22/12/06 tot 31/01/07
126
ZOEKEN
  Geavanceerd zoeken  >>
NUMMER 126

Inhoud
Editoriaal

Duurzame ontwikkeling
Economie
Energie
Leefmilieu
Financiën
MVO
Sociaal
Andere sectoren

Leestips
Nuttige sites

Vorige nummers
DOSSIERS

Raadpleeg onze extra dossiers.
Klik hier.

AGENDA

Onze kalender met niet te missen evenementen.
Klik hier.

OVER ONS

Redactiebeleid
Team & contact
Ontstaan

U wil reageren?
Klik hier.

EDITORIAAL

Kyoto: verandert de Russische ratificatie iets voor onze bedrijven?
Raadpleeg inhoudstafel van nummer 79     04/10/2004     PBE   Vergroten

Op 30 september jongstleden maakte president Poetin bekend dat Rusland het Kyoto-protocol gaat ratificeren. Dit is ongetwijfeld een overwinning voor de milieubeschermers! Deze beslissing van Poetin moet echter binnen de drie maanden nog eens geratificeerd worden door de Doema. Met de toetreding van Rusland komt het aantal landen dat het protocol heeft geratificeerd op 126 (het vereiste aantal is 55). Al deze landen samen zijn verantwoordelijk voor 61,6% van de totale emissies van 1990 (het protocol bepaalt de grens op 55%). Het belang van deze beslissing wordt eens te meer duidelijk als men voor ogen houdt dat Rusland (met 17,4%) en de Verenigde Staten (met 36,1%) samen verantwoordelijk zijn voor 53,5% van de globale uitstoot van broeikasgassen. Zonder de deelname van een van beide landen blijft het protocol dus in feite een dode letter. Zodra de Doema het Kyoto-protocol heeft geratificeerd, kan het eindelijk in werking treden.
Maar wat houdt Kyoto precies in? Het protocol verplicht de 36 geïndustrialiseerde landen (1) die het protocol ratificeerden om tegen 2012 de emissie van zes broeikasgassen (2) met gemiddeld 5,2% te reduceren ten opzichte van 1990. De Europese Unie verbond zich tot een verlaging van 8%. Het akkoord voorziet daarnaast een aantal ‘flexibiliteitsmechanismen’ die onder andere voorzien dat de grootste vervuilers emissierechten kunnen afkopen van landen met overtollige emissierechten. Voor Rusland is dat mooi meegenomen, want hun emissieniveaus zijn met 30% afgenomen ten opzichte van 1990 (3).
Een aantal toegetreden staten hebben reeds een aantal bepalingen uit het protocol in hun wetgeving opgenomen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Europese Unie. Dat heeft zich reeds vertaald in een heropleving van nationale ‘klimaatplannen’. Voor sommigen gaan de maatregelen te ver, voor andere zijn ze ontoereikend. Wat er ook van zij, de beurzen waar emissierechten van broeikasgassen kunnen worden verhandeld, zullen weldra in werking treden. In Groot-Brittannië en op Europees niveau zijn ze trouwens reeds actief (zie ABN 74). De Europese Unie heeft zich bij haar toetreding tot het Kyoto-protocol in feite veel strengere eisen opgelegd dan het protocol voorziet. Zo zal iedere overschrijding van de quota de vervuiler tot in 2008 40 euro per ton extra kosten. Daarna zal de boete opgetrokken worden tot 100 euro per ton. Het is een effectief afschrikmiddel dat vragen oproept omtrent de kostprijs van een ton CO2 en dat een aantal sectoren verontrust, in het bijzonder de staalindustrie. En wel om de volgende reden: “voor één ton staal verdwijnen er twee ton CO2 in de lucht. En een ton staal wordt verkocht tegen € 300 ”, vertelde Guy Dollé, Directeur van Arcelor. Uit de ramingen van specialisten blijkt dat de prijs van een één ton CO2-equivalent (tCO2e) in de periode 2005-2007 tussen de 2 en 20 euro per ton zal bedragen.
Naast dit uitwisselingsmechanisme voorziet het protocol ook in een ‘gezamenlijke uitvoering’. Dit maakt het mogelijk voor geïndustrialiseerde landen om te investeren in een milieuproject in een ander geïndustrialiseerd land en zo te profiteren van een eventuele verlaging van de broeikasgassen. Het ‘mechanisme voor schone ontwikkeling’ (CMD) is iets gelijkaardigs, met dat verschil dat het project wordt ontwikkeld tussen een geïndustrialiseerd land en een ontwikkelingsland (zie ABN 72).
Zoals de zaken er nu voor staan, verandert de Russische ratificatie van het protocol nauwelijks iets voor onze bedrijven. Dankzij de inwerkingtreding via de Europese Unie is men er enigszins op voorbereid. Van groter belang is het nieuwe politieke isolement van de Verenigde Staten ten aanzien van het protocol. Er rust heel wat druk op de schouders van ‘Uncle Sam’, want met de afwijzing van het protocol hebben Amerikaanse bedrijven een duidelijke concurrentieel ‘voordeel’. Zij hoeven immers niet aan strikte milieunormen te voldoen. Het is best mogelijk dat de inwerkingtreding van het protocol Washington op andere ideeën zal brengen. Niet alleen het milieu zal hierbij gebaat zijn, maar ook de concurrentiepositie van de Europese bedrijven…


Meer info:
United Nations Framework Convention on Climate Change
Het standpunt van Agoria
Het standpunt van Inter-Environnement Wallonie
Het standpunt van de Mina-Raad: zie ABN 78

(1) Het protocol beoogt een verlaging van 8% voor Zwitserland en de meeste Oost- en Centraal-Europese landen, 7% voor de Europese Unie, 6% voor Canada, Hongarije, Japan en Polen, en een stabilisatie van de emissieniveaus voor Rusland, Nieuw-Zeeland en Oekraïne. Noorwegen kan zijn emissieniveau optrekken met 1% en IJsland heeft nog een marge van 10%. Deze cijfers zijn niet van toepassing op de Verenigde Staten en Australië.
(2) De zes desbetreffende broeikasgassen zijn: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en 3 substituten voor chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK’s): PFC, HFC en SF6.
(3) Carbon Point

 Printen    Doorsturen naar een vriend    Reageren
NEWSLETTER

Ontvang ABN in uw mailbox!

Ik wens me uit te schrijven
Download ons dossier
'Citizen Dream'
(FR - juni 2006)

cartoon Kanar



ABN is content leverancier voor
MVO Vlaanderen











Auteursrechten  |  Stratenplan  |  © Agentschap Alter 2005  |  Onderhoud door eBulls