|
Het colloquium op 12 oktober jl. hieromtrent opende Mohamed Chakkar, coördinator van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen, met de vaststelling dat de arbeidsmarktpositie van allochtone jongeren penibel is. “Politieke uitspraken waarin moslims als tot een minderwaardige cultuur behorend, bestempeld worden (1), zullen de zaken er allerminst op vooruit doen gaan, integendeel, het bevestigt discriminerend gedrag.” Chakkar pleit voor een gelijkwaardige behandeling, geen voorkeursbehandeling.
Prof. Dr. Albert Martens (KUL) lichtte een aantal onderzoeksresultaten toe. In tijden van economische hoogconjunctuur daalt de werklozenpopulatie van autochtone arbeiders sneller en sterker. Bij economische laagconjunctuur stijgt de werkloosheid bij allochtonen sneller en sterker. Dit kan als “last in, first out” samengevat worden. Jongeren met een Magreb of Turkse afkomst bevinden zich verhoudingsgewijs drie maal meer in de werkloosheidsstatistieken als autochtone jongeren. Allochtonen zijn vaker in de bouw-, interimsector en horeca werkzaam. In het onderwijs, openbare diensten of de banksector zijn ze weinig aanwezig. Ze zijn vaker als arbeider en deeltijds aan de slag. Het fenomeen dat allochtonen noodgedwongen onder hun opleidingsniveau werken, heeft hier uiteraard mee te maken. Wat loon betreft, zou verder onderzoek die de relaties tussen leeftijd en geslacht mee betrekt, verhelderend zijn. Voor jonge, allochtone vrouwen kan het verschil nu tot 40% minder loon oplopen in vergelijking met autochtone, jonge vrouwen. Albert Martens besluit dat de huidige maatregelen (2) een marginaal effect hebben. Hij waarschuwt voor de negatieve gevolgen aan zowel vraag- als aanbodzijde. Allochtone jongeren hebben gevoelens van frustratie, ontmoediging, revolte.
Werkgevers verwijderen systematisch valabele kandidaten en menen dat er onvoldoende beschikbare arbeidskrachten zijn. Het gaat om een opvallende onderbenutting van het arbeidspotentieel die als crimineel kan beschouwd worden, aldus Martens. Een strakker, imponerender beleid is noodzakelijk. Uit buitenlandse ervaringen (3) blijkt dat verplichtingen hieromtrent duurzame positieve gevolgen hebben. Dit beleid dient gebaseerd te worden op soepele streefcijfers van tewerkstelling van allochtonen, het bepalen van de doelgroepen, het opvolgen en monitoren. Er zou geen al te grote discrepantie mogen bestaan tussen de samenstelling van de populatie en deze die werkzaam is.
Meer info:
(1) "Waarom Kardinaal Danneels slimmer is dan minister Dewael", 09/10/2004, De Morgen
(2) zoals de anti-discriminatiewet en diversiteitsplannen
(3) bij voorbeeld Nederland "Nationaal actieplan tegen racisme"
Gelijkebehandeling
|