|
• Na een inzinking gaat het de biosector opnieuw voor de wind.
• Een goede organisatie en professionalisme liggen aan de basis van dit succes.
• Een typisch Belgisch compromis: Wallonië produceert, Vlaanderen verwerkt.
Dit jaar werd de ‘Bioweek’ georganiseerd tussen 3 en 11 juni. De Bioweek is een initiatief van Bioforum Wallonië en Bioforum Vlaanderen en het thema dit jaar was ‘Bio, mijn natuur’. De organisatoren van het evenement legden het accent op het begrip kwaliteitscontrole van het label.
Hoewel de bio-industrie gouden jaren beleefde na de verschillende voedselcrisissen die België sinds 1999 teisterden, kende de biomarkt daarna een beduidende terugval. Hoe staan de zaken er vandaag voor? “De tweede helft van 2005 was een duidelijk keerpunt. En in de loop van de eerste helft van dit jaar merken we opnieuw een opwaartse trend”, aldus doctor Patrick Ruddol, wetenschappelijk en technisch verantwoordelijke bij Bioforum Wallonië. “Interessant is vooral dat de bio-industrie het opnieuw goed doet zonder dat daarvoor een voedselcrisis aan de basis hoeft te liggen.” Een evolutie die toe te schrijven is aan een bewustwording bij consumenten, die gezonde producten en een natuurlijke smaak vooropstellen.
Blijft de vraag of bepaalde sectoren meer dan andere van deze verkoopsstijging profiteren. “Absoluut. De varkens- en gevogeltesector scoren uitstekend”, aldus Patrick Ruddol. Een succes dat makkelijk kan worden verklaard door de goed georganiseerde structuren waarover deze sectoren beschikken. “De biosector heeft duidelijk ook veel aan professionalisme gewonnen.” Dat verklaart onder andere de grotere aanwezigheid van bioproducten in de supermarkten. “Dit professionalisme draagt daarnaast ook bij tot meer uitvoer. Vandaag voeren Nederland, Engeland en Duitsland bijvoorbeeld Belgische biomelk in.”
Wie grotere vraag zegt, zegt grotere productie in termen van oppervlakte en aantal bedrijven. Zonder dan nog het aantal verwerkingsbedrijven mee te rekenen, dat ook 14% steeg ten opzichte van 2003, goed voor zo’n 580 in totaal. Deze bedrijven zijn voornamelijk in het Vlaamse Gewest gevestigd, terwijl de productie zich vooral in het zuiden situeert. Een voorbeeld? Terwijl in Wallonië 34 miljoen liter biologische melk wordt geproduceerd, komt Vlaanderen nauwelijks aan 9 miljoen liter.
In termen van arbeidskrachten is een becijfering minder eenvoudig. Patrick Ruddol geeft evenwel aan dat er in de biosector “veel vraag is naar arbeidskrachten, vermits deze industrie arbeidsintensiever is dan de industriële landbouw. De biomarkt tracht bovendien te werken zonder tussenpersonen, wat inhoudt dat de verwerking indien mogelijk plaatselijk gebeurt, wat uiteraard resulteert in nieuwe banen”.
Volgens Patrick Ruddol heeft de biosector zijn productieplafond nog niet bereikt, ook al kent hij een hoge vlucht. “Een van de huidige doelstellingen van Bioforum Wallonië is trouwens een betere samenwerking tussen de sector en de cateringverantwoordelijken”. Wordt vervolgd…
Meer info :
De bioweek
Bioforum
|