|
Tegen december van dit jaar zouden er in Wallonië 81 windmolens kunnen draaien met een nominaal vermogen van 136,6 megawatt; goed voor zo’n 300 gigawattuur per jaar en voldoende om 84.000 gezinnen van elektriciteit te voorzien. Dat is een radicale verandering sinds 1999: toen telde Wallonië slechts één windmolen.
De verklaring voor deze grote verandering is vierledig: een Europese richtlijn, de omstandigheden in Wallonië die zich er uiteindelijk toe lenen, een minister die eindelijk twee sleutelportefeuilles in handen heeft en de ondernemingen die deze kans benutten.
Richtlijn 2001/77/EG van 27 september 2001 is erg ambitieus. Ze eist onder meer dat Europa tegen 2010 22% van haar elektriciteit uit hernieuwbare bronnen haalt (tegenover 13,9 % in 1997). België, dat nauwelijks over exploitatiemogelijkheden voor water- en geothermische energie beschikt, wil 6% van haar energiebehoefte uit wind halen, terwijl wereldwijd 3% uit windenergie zou moeten komen. België beschikt hiervoor over twee ideale locaties: de Noordzee, federaal grondgebied waar op dit ogenblik wordt gewerkt aan een aantal windmolenparken, en het Waalse Gewest waar de wind dankzij het reliëf hogere snelheden kan halen.
Sinds de invoering in 2002 van een toetsingskader voor de inplanting van windmolenparken in het Waalse Gewest en het aantreden van Minister Antoine in 2004 heeft de markt zich in een ijltempo ontwikkeld. Met de portefeuilles van energie én ruimtelijke ordening heeft Minister Antoine een enorm voordeel ten opzichte van zijn voorganger, minister Daras, en verloopt de toekenning van vergunningen een stuk makkelijker. Het investeringsrendement wordt vandaag verzekerd door het systeem van de groene certificaten waarmee men windenergie kan verkopen tegen prijzen gaande van 75 tot 115 euro per megawattuur; een heel stuk hoger dan de prijzen op de elektriciteitsmarkt die tussen de 10 en 15 euro per megawattuur schommelen. Hierdoor is er geen risico voor de investeerder en is er na 6,5 jaar een gegarandeerd rendement.
Zo telt Wallonië vandaag 8 windmolenparken, samen goed voor zo’n 28 windmolens. Onlangs werden er 12 nieuwe vergunningen toegekend zodat tegen het einde van het jaar er nog eens 53 windmolens zullen verrijzen. Iedereen heeft toegang tot de markt, maar Electrabel (met een productiecapaciteit van 8 megawatt in het Waalse Gewest) is er meteen opgesprongen. Van overal verschenen er externe spelers op de markt, zoals Air Energy (13,5 MW), SPE (9 MW) of MESA (vergunning voor de levering van 22 MW ) en RPC (vergunning voor de levering van 16 MW ). Al die gunstige factoren hebben er samen voor gezorgd dat er op dit ogenbik nog eens 15 andere windmolenparken worden aangelegd.
Het enige wat die plannen – en de windmolenparken waarvoor reeds een vergunning werd toegekend – in de war kan sturen is de wet omtrent windmolenparken op zee, die op dit moment in een tweede lezing moet worden goedgekeurd in de ministerraad en de quota’s die windmolenparken op zee wel eens kunnen bevoordelen ten koste van windmolens op het land, en dus ten nadele van het Waalse Gewest. We zullen hier verder op in gaan in ons volgende nummer.
Meer info:
Apere : Association pour la promotion des énergies renouvelables (Vereniging voor de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen).
|